February 19, 2024

K.

Controle dag.

Een week van te voren voel ik de spanning wat ontstaan. De dag van te voren wordt het meer. Gisteravond voel ik de pijn in mijn buik. En vanochtend voel ik van alles, overal in mijn lijf. Het moment achter de rug willen hebben. De gedachte dat ik gewoon iets wil weten. Of het nou goed of slecht bericht is. Duidelijkheid. Dat is wat ik nu wil. Ik wil me klaarmaken en er leuk uit zien vandaag. Dan komt het wel goed ofzo. Maar natuurlijk, juist nu staat alles stom. Dus vertrek ik in een comfortabele outfit met wel mijn glittersokken aan.

Ik zit onderweg in de auto met mijn ouders. Beide positief ingesteld. “We krijgen vast goed bericht straks.” Ik merk meer spanning. De gedachte dat dit niet zeker is is aanwezig. Mijn paps merkt het op. Ik voel me deze keer meer kwetsbaar. En ik ben een beetje bang. Maar ergens is er ook een drempel om dit uit te spreken. Ik wil sterk zijn. Positief, net als hun. Ik verdwijn even in mijn eigen bubbel. En probeer lief te zijn voor mezelf. Want ergens voel ik me bijna schuldig als ik niet zo positief ben.

Die bubbel is voelbaar. Tot het moment dat ik weer buiten sta na de controle wanneer ik de wereld weer zie. Wanneer de mensen mij weer opvallen. Wanneer ik mijn ouders echt zie. De geluiden van de omgeving. Ik zie het weer. Ik kom uit mijn bubbel. Met goed bericht. Want alles ziet er goed uit. Drie en een half jaar later en de kanker is niet terug gekomen. Ik hoor mijn lieve arts zeggen dat de kans dat dit wel gebeurd nu klein is. En toch voel ik de opluchting nog even niet. Ik kan er nog niet bij. Wel voor dit moment. Nu hier, geen kanker. Die voel ik. Maar de angst voor later die blijft. Misschien vandaag, misschien morgen. Hij zal vast komen en gaan. Ik weet dat ik weer ga leven, met dit alles ook weer te vergeten. Leven in het nu. Wat voor nu betekend dat we taartjes gaan eten aan zee.

Aan zee voel ik dat ik iets meer kan ontspannen. Mijn schouders zakken en ik kan hardop lachen. Ik kan tegenover mijn ouders zitten en super dankbaar zijn voor dit moment. Dat ik hier zit, samen met hun beide. Ook voel ik dat ik moe ben. Mijn lijf doet pijn. De spanning komt tot ontlading. Ik mag naar huis en kijk uit naar mijn bank. Onderweg besef ik me hoe blij ik ben dat ik deze dag en avond vrij neem. Hoeveel er los komt deze dag. En dat de ruimte zo welkom is om te voelen wat ik nodig heb. Thuis breekt alles even open, en begin ik hard te huilen. Nu weer.

De kanker. Het is een raar en rauw stuk in mijn leven. Een stuk wat ik bij me draag. Een stuk wat voor mij draagbaar is. Omdat ik geluk gehad heb. Omdat ik leef. Met deze dankbaarheid bericht ik de lieve mensen om mij heen dat alles goed is. Alles is goed. Het mag nog even landen. Deze hele ochtend. Alles wat er gebeurd, wat er vrij komt. Het mag nog even landden. Maar opgelucht en moe mag ik nu naar huis. Ik en mijn glittersokken duiken onder een dekentje op de bank. Geen kanker.